|
Peter Swanborn : 15 december 2001 - De Volkskrant - Dit 'Schrijvers Kiezen Film - programma' is bedacht door het halfjaarlijkse 'literaire kunsttijdschrift' Kastalia dat sinds 1999 voor een interessante aanvulling op de tijdschriftenmarkt zorgt. In het volgende nummer, dat voorjaar 2002 verschijnt, zullen de filmessays van Willem Jan Otten en Charlotte Mutsaers worden gepubliceerd. De lezing die Kristien Hemmerechts afgelopen zondag in Rialto gaf over Stanley Kubricks zwanenzang Eyes Wide Shut opent het nu verschenen vijfde nummer. Het blad wil de grenzen tussen kunst en literatuur opheffen omdat enerzijds 'kunst op zijn belangrijkste momenten met geen pen te beschrijven valt' en anderzijds schrijvers en kunstenaars 'een eeuwig werkterrein met elkaar delen'. Dit uitgangspunt heeft tot toe vijf interessante en verrassende nummers opgeleverd, al blijft het nog altijd riskant om beeldend kunstenaars te vragen de pen te hanteren. |
|
T. van Deel : 1 december 2001 - Trouw Kastalia is een maar twee keer per jaar verschijnend literair kunsttijdschrift. Dat betekent dat er auteurs wordt gevraagd op een persoonlijke manier te reageren op beeldende kunst, waaronder ook fotografie, film en video worden verstaan. Dit keer zijn het twee bekende schrijvers. Kristien Hemmerechts en Cees Nooteboom, die zich uitspreken over hun ervaringen met film en het valt direct op hoe goed zulke stukken van niet-professionelen zijn. Ongehinderd door veel kennis van zaken schrijven zij vaak verfrissend persoonlijk, hun eigen kwesties aan de orde stellend, en in een voortreffelijke stijl. Zijn kunnen schrijven, dus ook over film. Hemmerechts kiest voor een lichtvoetige maar daarom niet minder houtsnijdende analyse van Stanley Kubrciks 'Eyes Wide Shut', met Nicole Kidman en Tom Cruise. (...) Nooteboom, een veel groter stilist, haalt enkele filmherinneringen op en verbindt die met zijn eigen leven. |
|
Hans den Hartog Jager : 15 maart 2000 - NRC Handelsblad - Het lijkt zo simpel. Je neemt een kwast, doopt die in verf en smeert het op een doek. Dat herhaal je tot je vindt dat je een schilderij hebt - en zie: het publiek houdt niet op zich erover te verbazen. Die verbazing, die magie bijna, is de reden waarom de schilderkunst al snel met Grote Woorden wordt omgeven - de meubelmakerij zal niet snel worden 'doodverklaard' en over de gemiddelde stratenmaker zullen niet snel verhandelingen worden geschreven waarin Spinoza, Slauerhoff en Simonides worden geciteerd. Vaak zijn het de magiërs zelf die zich het meeste verbazen, zo blijkt uit de nieuwe nummers van de tijdschriften Dietsche, Warande en Belfort (DWB) en Kastalia, waarin drie schilders schrijven over hun eigen werk. In Kastalia, een jong en ambitieus tijdschrift, zijn dat Maria Barnas (...) en Arie Schippers (...). DWB laat maar één schilder aan het woord, die meteen het halve nummer krijgt, maar dat mag als je Luc Tuymans heet en de beroemdste schilder van België bent. Uit de drie bijdragen blijkt opnieuw dat de handeling van het schilderen makkelijk te beschrijven is, maar dat de mythe die wordt opgeroepen al snel tussen ieders vingers doorglipt - met als gevolg dat we drie schrijvers zien worstelen met iets onbeschrijfelijks. Arie Schippers lost dat dilemma op door als een soort stratenmaker te poseren. (...) ''Wat moet er tijdens dat geschilder toch gezucht worden en geklungeld en doorgezet." Dat gezucht en geklungel geldt ook voor Maria Barnas, die nog nauwelijks een kwast lijkt aan te raken en voor de rol van afstandelijke beschouwer kiest. "Wat wil ik eigenlijk?" vraagt ze zich af - wat wil je ook als je zelfs op de academie een docent tegenkomt die de schilderkunst weer eens doodverklaart. Waar de Nederlandse petits maîtres nog modderen met potten verf en geketende ezels (Schippers) kiest schildervorst Luc Tuymans in DWB voor de vlucht naar voren. (...)"De kleine ruimte tussen verklaring van het beeld en het beeld zelf geeft het enige mogelijke perpecief op de schilderkunst; mijn commentaar kan slechts meerduidig zijn.'' Nu weerhoudt die meerduidigheid Tuymans er niet van flink uit te pakken met achtergronden, ideeën en filosofieën over eigen werk. Het merkwaardige is, je wordt er nauwelijks wijzer van dan van het geploeter van Barnas en Schippers. Het enige waarin de verschillende stukken verschillen is hun pretentie, en die wordt ook al duidelijk in hun werk.(...) Misschien had Harry Mulisch ook hierin weer gelijk: "Het beste is, het raadsel te vergroten". |
|
T. van Deel : 26 februari 2000 - Trouw - Het is nog moeilijk te zeggen op grond van de drie nu verschenen nummers, waaronder het nulnummer, maar Kastalia lijkt een interessant tijdschrift te kunnen worden dat zich ophoudt in het grensgebied van kunst en literatuur. (...) Het eerste nummer bevat een prachtige, verhalende beschouwing van fotograaf-schrijver Hans Aarsman, waarin hij uitlegt waarom hij met fotograferen, het echte fotograferen, is opgehouden en nu alleen nog even snel een fotootje maakt als iets hem de pas doet inhouden. Hij ziet meer in de pen dan in het fototoestel: "De pen heeft een lens met meerdere perspectieven, meerdere standpunten tegelijk zijn mogelijk." (...) Het tweede nummer bevat een aardig fictief gesprek met Buster Keaton, een essay over de middeleeuwse hortus conclusus, de gesloten tuin waarin de eenhoorn leeft, als beeld voor de maagdelijkheid. (...) De contribuanten aan Kastalia zijn beeldend kunstenaars, kunsthistorici, schrijvers, fotografen of filosofen. Het tijdschrift is natuurlijk geďllustreerd, en in elk nummer zijn er zelfs een paar kleine kleurenreproducties met de hand ingeplakt. Roerend. |
|
Ineke Schwartz : 14 september 1999 - NRC Handelsblad - (...) Kastalia's auteurs "gaan op afstand van de actualiteit in op wat kunst hen te bieden heeft", legt een bijbehorend persbericht die eigen benadering uit, "vanuit een persoonlijke vertrekpunt". Die informatie is overbodig, want hun ego's stuiteren over de pagina's. Van de journalistieke wet dat de ik-vorm in een artikel een barrière opwerpt tussen de lezer en het kunstwerk, hebben de Kastalia-auteurs blijkbaar nog nooit gehoord, of, en dat is waarschijnlijker, ze trekken zich er bewust niets van aan. (...) Aarsmans notities geven een idee van de kijk-en denkwereld van een bijzondere fotograaf en zijn daarom interessant voor de lezer. Bovendien kan Aarsman schrijven. De meeste andere kunstenaars, kunsthistorici en essayisten die het eerste nummer van Kastalia vulden - onder anderen Ramón Gieling, Gijs Frieling en Mark Manders - kunnen dat niet. (...) Waarom Benschop en zijn mede-auteurs in vredesnaam dit soort kunstklets publiceren, is de vraag. |
|
Anne van Driel : 12 januari 1999 - Schoon Schip - (...) Maar, schrijft de redactie in het nulnummer, "wat het tijdschrift een eigen gezicht geeft, is de extra aandacht die het geeft aan de manier waarop schrijvers verslag doen van hun betrekking met kunst." Dus geen wetenschappelijke of theoretische teksten, verklaart hoofdredacteur Jurriaan Benschop, maar artikelen met een essayistische inslag. Teksten waarin niet geschroomd wordt de persoonlijke fascinatie of ergernis naar voren te brengen, en waarin de aandacht voor de taal even belangrijk is als de aandacht voor een kunstwerk. (...) Met aanstekelijk enthousiasme verhaalt schrijver Oek de Jong in een interview over het ontstaan van zijn essaybundel over Caravaggio, Vermeer en Caspar David Friedrich (Een man die in de toekomst springt). Te beginnen met zijn bezoeken aan Rome, waar je van een caféterras opstaat - plein over, kerk in - zó voor een meestwerk staat: 'van het tijdelijke naar het 'eeuwige', van de rommeligheid en drukte van het leven naar de orde en stilte van de kunst." (...) De Jong maakt je nieuwsgierig naar woord én beeld: naar de kunstwerken én de essays die hij erover heeft geschreven. Een meeslependheid die buiten de bijdrage van de literatoren (..) jammerlijk ontbreekt. (...) Voor een nieuwkomer, bewijst Kastalia, is het niet eenvoudig om op twee terreinen uit te blinken. |
|
Sigmund : 14 januari 1999 - De Volkskrant |
![]() |
|
- Man: 'Kunst en literatuur. Woord en beeld. Ze staan op gespannen voet.' - Sigmund: 'Zeker.' - Man: 'Het beeld roept een waaier aan associaties op. Wat kunnen woorden toevoegen zonder afbreuk te doen aan het beeld. En kan een beeld tekst meerwaarde geven of neemt het altijd de magie weg van het geschrevene?' - Man: 'Zal er ooit een kunstvorm ontstaan waarin de twee elkaar vinden in een perfecte symbiose?' - Sigmund: 'Nou,' - Sigmund: 'Vandaag niet.' |