• Kastalia 1/




• Ramón Gieling :   Het geheim van een ongeopend archief

- 'Ergens tussen toeval en mysterie glipt de verbeelding binnen, die volledige vrijheid van de mens. Men heeft geprobeerd om deze vorm van vrijheid uit te wissen. Met dat doel heeft het Christendom de zonde van de begeerte uitgevonden. Vroeger verbood datgene wat ik voor mijn geweten aanzag mij bepaalde fantasieën; mijn broer vermoorden, met mijn moeder slapen. Ik zei tegen mezelf:"Wat afschuwelijk!" En heftig verdreef ik die sinds lang vervloekte gedachten', zegt Luis Buñuel in zijn autobiografie. Het hele boek is trouwens een pleidooi voor de dagdroom, voor de fantasie en de verbeelding. Freud met zijn psychoanalyse werd door de surrealisten als een broeder-in-de-wapenen omarmd omdat ook hij deafgronden van de menselijke geest tot uitgangspunt nam. Net als de mystiek of het surrealisme, is de psychoanalyse volgens mij dan ook geen wetenschap maar een 'geloof'. Freud zelf had het over het treinkaartje; als je het kocht kon je de treinreis naar de geheimen van de geest ondernemen.

- Van alle maken is doodmaken wel het volmaaktste (Gerrit Kouwenaar).
• Serge Onnen :   Liften - 1999
Liften - 1999
Serge Onnen
 
Beweeg de muis over de tekening.
 
Tweezijdige tekening, formaat 17 x 24 cm.
 
  animatie  
 
(Animatie - 601kB)

• Gijs Frieling :   De kroning van de draak

- Een schilderij is een stilstaand beeld en dat is iets waar je als schilder benieuwd naar bent. Meestal heb ik het schilderij dat ik wil gaan maken helemaal in mijn hoofd: waar het over gaat, wie en wat er allemaal op komen te staan, de verschillende lagen, de kleuren, de verfdiktes, de kwasten. Hoe preciezer ik weet wat ik ga doen, des te benieuwder ik ben, want je kunt alles in je hoofd hebben, maar geen stilstaande beelden. Ik neem aan dat iedereen die ervaring kent: je kunt in een flits aan iemand denken en dan is die persoon er ook helemaal, maar als je probeert om iemand die je goed kent in gedachten voor je te zien is dat niet mogelijk. Als je het ene oog in het vizier hebt en je probeert de mond erbij te zien dan is het oog alweer weggedreven. In een schilderij blijft dat oog altijd op dezelfde manier op dezelfde plaats, alleen je verhouding ertoe verandert.
• Pam Emmerik :   Onder een Napels gele maan - over Toon Noij

- Het bootje, dat de Amstel een flink stuk heeft afgevaren, keert terug naar de stad. De avond valt, roeiers vloeken, het hondje beeft, van kou dit keer, het heeft gezwommen. De zon staat in het westen, en giet caramelsaus uitover de huizen van de Prinsengracht die zich in het water spiegelen. De wolken in de lucht lopen door in het water. Het bootje vaart door de wolken. Varen is vliegen. Zien is begrijpen. En kunst is licht, dus is kunst vanzelfsprekend ook natuur. De mensen in het bootje zwijgen. Veel is gezegd. Het leven kan soms verschrikkelijk zijn. Kort en gevaarlijk. Nog voor ze aanmeren komt een Napels gele maan op en spiegelt zich in het zwarte olieachtig oppervlak van de gracht.
• Esther Polak :   Haakwerk en treinverkeer - kunstenaarsbijdrage

- Voorbij waren die vervloekte uren waarin ik mij doelloos op en neer liet vervoeren. Ik haakte mijn weg naar Den Haag. Het aantal meters per uur is immers uit te drukken in de maateenheid steek. Snelheid per stokje. Het repeterende aspect van iedere toer, die cyclische beweging, herinnerde mij aan natuurlijke fenomenen zoals eb en vloed, het etmaal en de jaargetijden. De logica van de Haarlemmermeerpolder daarbuiten werd mij steeds duidelijker.
Het pas ingezaaide gewas, de rechte sloten, de voren in de akker en daardoorheen liep die draad, mijn garen, als de eindeloze tijd zelf.
• Hans Aarsman :   Laat zitten, blijf toch af - over fotografie

- Het is een hele kunst om niets te doen. (...) We leven in een cultuur waarin het doen meer aanzien heeft dan het laten. Zou de wereld er slechter op worden als er meer werd gelaten? Als je op je krent blijft zitten, tel je niet mee. Om niets te doen moet je of zo slap zijn als een vaatdoek of je moet juist over een grote innerlijke kracht beschikken. Ik heb die kracht niet en toch wil ik niet meer meedoen. Nog een fotoboek, de volgende tentoonstelling, de volgende roman. Daar valt weer een uitnodiging op de deurmat. Laat mij maar even rondkijken zonder iets te willen.

  » foto  
• Hans Aarsman :   Zonder Titel
Zonder Titel
Hans Aarsman
 
Deze foto is verschenen bij het essay van Hans Aarsman
 
Kleurenfoto, zelfportret
 

• Esma Moukhtar :   Alledaagse voorwerpen bestaan niet - over Jan Roeland

- De aandacht wordt op bekende voorwerpen gevestigd en er tegelijk van afgeleid. Dozen, vazen, planten, schalen zijn soms als doorsnedes, dan weer afgebeeld als silhouetten of knipsels, maar vaker nog integreert Roeland meerdere, contrasterende perspectieven in één beeld. Een volume wordt doorbroken door een plat element, perspectivische diepte is steeds maar plaatselijk geschilderd. Je kijkt naar de vlakken en de lijnen waarin het ding, de ruimte die het inneemt en de ruimte eromheen kunnen worden opgedeeld. De ruimte doet daarbij niet onder voor de vorm van het ding. En je kunt de statige dozen en statische vormen toch nog zien bewegen. Talloze flinterdunne kleurnuances laten de vlakken en lijnen vibreren. Symmetrie wordt op het nippertje overtroffen door haar tegendeel. Zwaartekracht wordt door de kleinste ingreep opgeheven. Even kantelt de ervaring.

  » schilderij  
• Jan Roeland :   Compositie met plant - 1994
Compositie met plant - 1994
Jan Roeland
 
Dit werk is afgebeeld bij het essay Alledaagse voorwerpen bestaan niet van Esma Moukhtar
 
Olieverf op doek
 

• Jurriaan Benschop :   De berg van Cézanne

- Op weg naar de Sainte Victoire krijg ik een lift van een bewoner van Le Thonolet, een klein dorp dat Cézanne als uitvalsbasis voor zijn tochten door het landschap gebruikte. Ook hier is Cézanne toerisme geworden. Er is een restaurant dat zijn naam draagt en wie weet, is het inderdaad de plaats waar de meester zijn lunch gebruikte. Maar het is niet zijn soep die ik proeven wil, het is de berg die roept en die vooralsnog aan het oog onttrokken is. Welke kant is het op? De chauffeur praat over het landschap, dat voor schilders gemaakt moet zijn. Op bijna verontschuldigende toon vertelt hij hier te wonen, na jaren in de stad te hebben geleefd. Het landschap hier, kreunt hij: 'C'est superbe.'

- Ik ben de berg nu dichter genaderd dan Cézanne hem doorgaans schilderde.