• Kastalia 2/




• Maria Barnas :   Het lijnenspel

- Alles is bedekt onder een vliesdunne, doorzichtige laag van betekenis die alleen door zorgvuldig krabben te verwijderen is. Niet te zacht, want dan gebeurt er helemaal niets. Maar als je te hard krabt, vernietig je wat je juist wilde ophelderen. De wereld is als een nieuwe rol plakband waar ik een stukje van nodig heb. Ik kan het begin niet vinden. De wereld wil mij verleiden, mij doen geloven dat er onder de laag van betekenissen iets schuilgaat. De wereld zoals ze werkelijk is. Ze glimt, gedraagt zich op haar mooist. Ik wil me wel laten verleiden maar weet niet hoe. Misschien moet ik beter kijken. Of zou er weinig over blijven als ik de huid van de dingen stroopte? Wanneer je lijm lospeutert van je hand, hou je een gerimpeld, droog vel over. Maar als je goed genoeg kijkt, staan er de lijnen in van een hand, de weerslag van een leven. Voebe de Gruyter heeft dit op een schokkend mooie manier laten zien door de bodem van een emmer te fotograferen. Ze laat zien hoe de krassen op een emmer ook een heelal zijn. Wat wil ik eigenlijk? Wat wil ik, wat ik wil: ik wil roken. Ik wil een groot huis met een zwembad. Ik wil eruit zien als Naomi Campbell. En Kate Moss. Ik wil een man die mij de mooiste en interessantste vrouw van de wereld vindt. Ik wil dat er een nieuwe wereld is als je maar goed genoeg kijkt. Ik wil naar de dingen kunnen kijken zonder me te ergeren. Toen ik hoorde over een werk van Sophie Calle, getiteld Suite Vénitienne, dacht ik dat er een werk was gemaakt dat die ergernis kon wegnemen. Ze achtervolgde in Venetië vijftien dagen lang een man. De man wist van niets. Maar hij staat op veel foto's. Hij is zonder dat hij het wist een object van verlangen geworden. Sophie Calle heeft van een passant een hoofdrolspeler gemaakt, van het willekeurige het specifieke. Ik had over het werk gehoord van een vriend. En dat legt meteen een deel van het probleem van zulk werk op tafel: het is een goed verhaal. Maar hoe belangrijk is het tastbare werk, het fotomateriaal? Ze vormen het bewijs van de achtervolgingsactie. Maar het hadden er net zo goed vijf als tweehonderd kunnen zijn. Of het grote, kleine, bewogen of haarscherpe foto's zijn doet niets af en voegt niets toe aan de kracht van het werk. Ik zeg tegen mensen die star in een discipline bezig zijn dat grenzen tussen verschillende kunstvormen als literatuur en beeldende kunst fictief zijn. Maar ik twijfel eraan wanneer het me uitkomt.
• Lucas van der Put :   Ze besloten een tuin op te richten
Ze besloten een tuin op te richten
Lucas van der Put
 
Foto van project, 23 x 24 cm.  

• Paul Kempers :   Een bloem van olie - over 'genuine oil painting'

- Ik pakte het schilderijtje weer op en bekeek het nog eens goed. Ik draaide het doekje rond, schudde het lichtjes, misschien in een poging om de voornoemde diepere lading 'er uit te schudden'. Als kunstliefhebber doe je soms alles wat in je vermogen ligt om het geheim van de kunst, het onbenoembare, dat waar geen woorden voor zijn maar wat in het beeld besloten ligt, om dat uit alle macht aan het kunstwerk te ontfutselen. Ik schudde het schilderijtje nog eens. Draaide het op topsnelheid rond tussen mijn vingers. Liet het in die draaiende beweging aan mijn vingers ontsnappen, keek omhoog, zag de bloemen in de buikvormige vaas tot vage kleurencirkels worden, ving het doekje op, legde het op mijn hoofd om direct cerebraal contact te leggen met de verf en de bloemen, en spijkerde uiteindelijk de genuine oil painting aan de muur. Het schilderij hing nu waar het hoorde - aan de muur van de huiskamer, boven het bureau. Harry wist van niks. Ik ging in een stoel naast hem zitten en keek naar de muur. 'Een bloemstilleven is een bloemstilleven is een bloemstilleven,' prevelde ik zachtjes voor me uit. Harry moet deze gewaagde variant op een uitspraak van Gertrud Stein onbewust hebben opgevangen want hij schrok terstond wakker. 'Ik heb heel wat kunstprogramma's op tv gezien,' zei Harry terwijl hij bedachtzaam met zijn rechterduim en -wijsvinger over zijn kin streek, 'maar zo'n treffende iconografische typering van een bloemstilleven heb ik nog nooit gehoord.'
• Monica Aerden :   Het gouden ei

- Fontana ontdekte nog een methode om die verbeeldingskracht te stimuleren. Hij prikte gaten in zijn doeken. En hij kerfde er lijnscherpe sneden in met zijn stanleymes. Met dit prikken en snijden legde hij het doek als het ware open. De duistere achterruimte werd door die ingreep ineens een wezenlijk onderdeel van het schilderij. De sneden en gaten waren dus niet bedoeld om het schilderij te vernielen, maar juist om iets nieuws te creëren. Fontana ontdekte op die manier dat de verbeeldingskracht ook zonder een religieuze afbeelding uitgedaagd kan worden, zonder herkenbare vorm of aanknopingspunt. Met steentjes, gaten en sneden. Het geloof in God, waar het bij Suger nog om draaide, heeft in de schilderijen van Fontana een nieuw gezicht gekregen en heet nu ruimte. In één schilderij van Fontana komt die ruimte toch samen met een 'idee van God'. Dit gebeurt in een groot, ovaal schilderij. Het heeft, om precies te zijn, het silhouet van een ei. Dit schilderij heeft een formaat van 180 bij 130 cm en het is helemaal goud geschilderd. Van dit eivormige schilderij maakte Fontana ook diverse roze, groene en zwarte exemplaren, maar het ei van goud is zonder twijfel het meest veelzeggend. Het gouden ei is weer op z'n Fontana's toegetakeld, met meer dan honderd gaten, gemaakt met priem, prikker of iets ander gemeens. Om de gaten zit de gestolde gouden verf als dik geronnen bloed. Sommige gaten zijn zelfs zover opengetrokken dat het lijkt alsof de kunstenaar met zijn volle gewicht aan de priem is gaan hangen. De gaten doen denken aan de wonden van Christus - een ongelovige Thomas zou er zo zijn vinger in willen steken. Zo doet het schilderij toch weer denken aan een afbeelding. De titel van het schilderij geeft ook aanleiding tot dergelijke associaties. Hij luidt Het einde van God.
• Arie Schippers :   Niets dat zijn wrevel uit

- Alles is omslachtig in het leven, het is vies, moeizaam en nog veel meer. Het schilderen idem dito. Vandaag een uur gezocht en niets kunnen vinden. Dat is niet alleen vervelend, het vreet aan je. Uiteindelijk een paar boerenhuisjes naast een paars weggetje geschilderd. Wat moet er tijdens dat geschilder toch gezucht worden en geklungeld en doorgezet. In plaats van op te geven. En nu het hier staat denk ik toch dat dit de nieuwste lulligheid van me is. Waardeloos, kitsch, oppervlakkig en gewoon fout. Drie luchten geprobeerd, kleur van de huisjes paar keer veranderd, knoeien met de berm, de weg en de akker. Geen echt goeie antwoorden kunnen vinden. En op het laatst, dat is altijd op het laatst, echt hopeloos. Dan begin ik kwaad te smeren en te zieken. Soms komt het dan nog terecht, maar het blijft een klote-onderwerp en een niet-geile compositie.

- Ik heb het spaghettipakje opengescheurd en in het broodrooster rechtop neergezet en toen een pan met water opgezet en iets anders staan doen. Zie ik ineens rook in m'n ooghoek. Goed, later het broodrooster opengeschroefd en het gesmolten plastic van het pak eruit gepeuterd met een mes. Toen het apparent weer op z'n heetst aan en gewacht tot de rooksignalen voorbij waren. Intussen geweldige maaltijd klaargemaakt. Ik moest wel even de aangebrandde stelen van de nog-niet-aangebrandde scheiden, maar eigenlijk is het wel een idee om op deze manier de spaghetti voor te verwarmen. Ja, erg leuk vond ik het zelf. Toen ik van het eten moe geworden was, ben ik een beetje slaperig geweest. Iets dat na slapen vanzelf weer over was.

- Mieren houden van vrolijke kleuren. Terwijl ik te schilderen zit en een extra palet op de grond ligt rommelen ze er een beetje in rond. En net als mensen in onbekend terrein raken ze wel eens vast in modder of zo. Dus tussen het werken door zie ik er wel eens één in verwoed gevecht met een klodder geel. Het is bekend dat mieren goed kunnen communiceren, maar elkaar vertellen dat het niet zo moet met cadmiumgeel, nee. Later zie ik d'r één blij met wat rood, gemaakt van zware metalen, naar huis gaan. Veel intuïtie is er dus vandaag ook niet bij. Ik werk maar door, zij ook. Het is al storend genoeg dat ze ook proberen of ze mij kunnen meeslepen. Dus ik vis ze er niet uit. Zouden ze thuis kleine wandschilderingetjes maken?

  » schilderij  
• Arie Schippers :   Zelfportret als tuinstoel - 1998
Zelfportret als tuinstoel - 1998
Arie Schippers
 
Olieverf op doek, formaat 50 x 70 cm.
 

• Rinke Nijburg :   Don Quichot op de eenhoorn

- Wij moeten dus binnen deze grenzen een oneinigheid scheppen, omdat wij niet meer aan de grenzeloosheid geloven. Wij mogen niet aan het uitgestrekte, bloeiende land denken maar moeten ons de omheinde tuin te binnen brengen, die eveneens zijn oneindigheid heeft (Rainer Maria Rilke, Florentijns dagboek).

- In tegenstelling tot het begrip hortus botanicus is het middeleeuwse beeld van de hortus conclusus bijna volledig in onbruik geraakt. Slechts een enkele keer duikt het op. En zelden wordt uitgelegd wat ermee wordt bedoeld. Maar het beeld van de hortus conclusus moest wel opduiken in De ontdekking van de hemel, het magnum opus van Harry Mulisch, want dat is een kosmologie en gaat derhalve overal over. Ergens aan het begin van het boek kijken Onno en Ada, twee van de drie hoofdpersonen, vanuit de sterrenwacht op de Amsterdamse Hortus Botanicus neer. Onno komt vlak naast Ada, de vriendin van zijn beste vriend Max, staan en merkt nogal insinuerend op: 'Dit is helemaal geen hortus botanicus, dit is een hortus conclusus, als je weet wat dat is.' Waarop Ada antwoordt: 'Het spijt me, ik heb alleen conservatorium.' Onno: 'De gesloten tuin, waarin een eenhoorn leeft. Dat is zo'n verschrikkelijk wild dier, dat het alleen gevangen kan worden door middel van een maagd, want dan vlijt hij zijn kop in haar schoot. In de iconologie staat dat voor de onbevlekte ontvangenis.' Hij draaide zich om, lachte tegen haar en zei: 'Pas jij maar op, meisje.' Zoals het er staat lijkt het wel alsof Mulisch wil zeggen dat je vooral conservatorium moet hebben gedaan om veel niet te weten. En een vrouw moet wezen. Want in de ogen van de mannen zijn het natuurlijk altijd weer de vrouwen die veel niet weten. Voor wie veel geheim blijft. Maar Mulisch laat Ada aanvoelen dat de opmerking van Onno betweterig en seksistisch bedoeld is. En zij doet wat de mannen graag willen: zij bevestigt dat zij weinig weet. Zij kan alleen heel goed een cello tussen haar benen houden. Daar is zij goed in. Ada had ook kunnen zeggen: 'Het spijt me, ik heb geen kunstgeschiedenis gestudeerd.' Als sluitstuk jaagt Onno er, onder het mom van uitleggen, want zowel Ada als de lezer moet weten wat een hortus conclusus is, een volgende, natuurlijk seksueel zeer geladen grap overheen. Ada moet oppassen voor het oververhitte beest met zijn ene hoorn, want alleen in de schoot van een maagd komt het beest tot rust. Zo doen de mannen dat.
• Peter Cleutjens :   Kastalizza - over pinhole-fotografie

- Ik hou van wetenschappelijke foto's, met name 'abstracte' die fenomenen tonen die niet met het blote oog zichtbaar zijn of ruimtes tonen waar het menselijk oog niet kan komen. Ik ben gefascineerd door de fantastische en avontuurlijke sfeer die deze foto's bezitten: een ontdekkingsreis door schaal en ruimte en vol met merkwaardige stofuitdrukking en lichtval.

  » website    
 
  » video     
• Peter Cleutjens :   991129
991129
Peter Cleutjens
 
Deze pinhole-foto en de bijbehorende tekeningen
zijn verschenen in Kastalia #2. De foto is met
behulp van een opgerolde Kastalia gemaakt.
 
Foto / Video  
 
  animatie  

(Animatie - 347kB)