![]() |
![]() |
| Kastalia 3/ |
| Jurriaan Benschop :
Onverdeeld Rothko - Een Rothko is bijna altijd mooi. Toch zul je weinig mensen treffen bij wie Rothko's schoonheid echt opgewekt stemt. Het feit dat er vrolijke kleuren aan te pas komen kan daar niets aan veranderen. Over het algemeen is het een zeer ernstige schoonheid, gespannen en bedwongen. Bepaald anders dan die van de onschuld, die harten steelt omdat het leven er zijn gif nog niet in heeft gemengd. Of die van verleiding, die doet alsof de tijd in een mens nooit verstrijken zal. Rothko's vrolijke kleuren kunnen giftig smaken, en van vergaan juist een punt maken. Dat leidt tot behoedzaamheid. Je moet eerst maar eens peilen wat hier aan de hand is voor je roept: 'o, wat mooi'. Het is - alsof je een kerk betreedt - bepaald ongepast om al te enthousiast of uitgelaten te doen. De stemsterkte daalt, de toegangskaart heet deemoed, ook al is je geloof niet meer dan een restant van je voortijd. - Op zich is het geen kwestie als een kunstenaar de concrete verschijnings-wereld niet toont. Bij Rothko is dat wel zo omdat het afzien daarvan je naar de kern van zijn werk leidt. De afwezigheid van de mens is beeldvullend. Als schilder brengt Rothko de dingen terug tot waar ze vandaan komen en vindt daarin een overzicht. En daar past veel in. Daar past eigenlijk alles in. Voor de kijker wordt het werk daarmee een introductie tot een blik die in alles een onderliggende samenhang ervaart en die zich door het aanzien van de dingen daarom niet laat storen. Rothko brengt me daarmee bij het idee van het ongedeelde zijn. Bij een ideale, in de zin van aandachtige blik, die zich van haar object niet gescheiden weet. Toch kan Rothko zich in het licht van de Parijse tentoonstelling niet ten volle ontplooien als de mysticus waar ik hem stil voor hield. Van een oplossing verandert hij in een poging die gedurende twintig jaar niet staakte. Erop gericht om niet verdeeld te zijn. Wat heel is, kunnen wij niet zien,
het is
te groot, het past ons niet en niet in onze hoofden |
| Bjarne Melgaard : Zonder titel - 1999 |
![]() |
|
Zonder titel - 1999 Bjarne Melgaard Olie en gemengde technieken op doek, 76 x 110 cm. |
| Karin Arink : Ik besta daar waar jij mij aanraakt - Soms vraag ik me af in hoeverre ik slechts denk een individu te zijn, in hoeverre ik mij dat voorhoud om me gerust te stellen. Mijn zelfbeeld is gevormd door de cultuur waarin ik ben opgegroeid en in reactie op die cultuur presenteer ik me, bewust van de ogen die me zien en die mij zo beïnvloeden. Toch wil ik, gebaseerd op de concreetheid van mijn lichaam en op het geruststellende geluid van mijn gedachten, het 'zelf' zien als mijn domein: de plek waar ik verblijf, de capsule waar vanuit ik de wereld in me opneem. - Al jong was ik geobsedeerd door taal. Bewonderend luisterde ik naar mijn moeders kleurrijke, zelfverzonnen gezegden. Ik bekvechtte met haar, poogde haar verbale virtuositeit te evenaren. En dompelde me onder in de verhalen die ik las, in de verhalen die ik schreef. Ik genoot van de kracht van woorden, geloofde ze, ook tegen beter weten in, en absorbeerde ze. Maar als puber zag ik ook de scherpte, het verraderlijke van woorden: in de roddels, de 'vriendschap', het gepest, de discussies. Woorden lijken concreet maar hebben verschillende connotaties, veranderen per context subtiel van betekenis. In een gesprek definieert een ieder de woorden op eigen wijze, manipuleert ze om het eigen standpunt kracht bij te zetten, en hoe gemakkelijk kan de welsprekendheid van een ander mijn ideeën en meningen veranderen! Controle over taal ontglipte me, zowel taal als denken leken met elke invloed mee te waaien, en van stro bouw je geen eigen domein... - Tijdens mijn verblijf van een jaar in Japan besefte ik hoezeer taal bepaalt wat ervaarbaar is, wat 'bestaat' en wat niet. Elke taal heeft haar eigen blinde vlekken en nuances. Begrippen waar in de ene taal aparte woorden voor bestaan, worden in een andere met één woord aangeduid. Mijn Japans is zeer rudimentair, maar het frappeerde me toen ik leerde dat er voor schrijven en tekenen in het Japans één werkwoord bestaat. Beide zijn activiteiten die ik intensief beoefen, maar die ik, omdat woorden in de statische context van een tekening of beeld snel tot statement worden, lang gescheiden hield. Maar het feit dat in het Japans (eigenlijk logischerwijs) schrijven en tekenen als één handeling gezien wordt, opende mij de ogen voor de beweeglijkheid van het schrijven, voor de vormen van letters, hun karakter. Ik maak nu animaties waarin letters van vorm en plaats veranderen, en in deze verschuivingen in betekenis wordt het karakter en ritme van mijn teksten ervaarbaar. » flash |
| Karin Arink : NEXT - 1999 |
![]() |
|
NEXT - 1999 Karin Arink (Flash-animatie 120kB, 1:45 min.) De bijdrage refereert aan de tekst van Karin Arink in Kastalia #3. Bekijk de animatie fullscreen: flash |
| Raymond Cuijpers : Wanneer begint de oneindigheid |
|
| Machiel van Soest : Amor Fati - 2000 |
![]() |
|
Amor Fati - 2000 Machiel van Soest Dit is een deel van het drieluik Amor Fati. Foto-afdruk op zwart papier, 17 x 24 cm. » website |
| Hans Aarsman : Vrouwen zonder fiets - Amsterdam en Beijing zijn vriendensteden. O ja? reageert iedereen. Nog nooit van gehoord. Hoog tijd om een beetje ruchtbaarheid aan de vriendschap te geven, anders zal het vuurtje nog doven. In diplomatieke kringen grijpt men in zulke gevallen naar het instrument van de culturele uitwisseling. Deze keer zullen een paar fotografen uitgewisseld worden, het kunnen niet altijd orkesten zijn. Het thema ligt vast: de fiets. De fiets, hoe kom je erop? Als iets onfotografeerbaar is, is het wel de fiets. Een paar ijzeren buizen, bij elkaar gehouden door iemand in een fietshouding. Ik ben gevraagd om de reis naar Peking te aanvaarden, met nog drie andere fotografen. Ik heb ja gezegd. Ik neem een pen mee en een camera. Van die fietsen ga ik me niet veel aantrekken. Ik heb een fotoboek uit Beijing gezien, er zijn daar zoveel fietsen, je moet rare sprongen maken wil niet ergens een fiets in beeld staan. - In het vliegtuig zit ik bij de nooduitgang. Bij het opstijgen komt een stewardess tegenover me zitten. Ze gespt zich in veiligheidsgordels, veel professioneler dan de heupgordeltjes waarmee de passagiers vastzitten. Op het eerste fotootje kijkt ze me verschrikt aan, het tweede fotootje wendt ze haar gezicht af. Ik weet meteen wat ik in Beijing ga doen: vrouwen fotograferen. Je moet het niet te ver zoeken, zeker niet als je een eind van huis bent. Die fietsen komen er vanzelf wel op, Beijing is vergeven van fietsen. - Ik ben nu vijf dagen en dertig films verder en een stukje brutaler. Als een vrouw mijn kant opkomt op de stoep, wacht ik tot ze op twee meter is en stap naar voren. Ik druk af als ik haar blik vang. Niet meer dan opname. Het gaat omdat ene moment van confrontatie. Meestal zeg ik na afloop: zse zse, bedankt. Dan moeten ze lachen. Soms is het bijna opwindend, ik volg mijn jachtinstinct, schiet van vrouw tot vrouw, en kom rond de schemering met de buit in het hotel aan. Wat gaat er boven vrouwen? Beetje laat om dat te bedenken. Je weet het wel, intuïtief handel je er ook naar, maar je beseft het niet. Net als de dood, je weet dat je gaat, maar je staat er niet bij stil. Wat kijken ze eigenlijk streng allemaal. De blik van vrouwen in het openbaar. Benader mij niet. Noli me tangere. » foto |
| Hans Aarsman : Zonder Titel - 2000 |
![]() |
|
Zonder Titel - 2000 Hans Aarsman Deze foto is verschenen bij het essay van Hans Aarsman Kleurenfoto |
| Rinke Nijburg : Hoe moeten wij ons troosten, wij moordenaars? - De dood van God in 1882 is een van de belangrijkste gebeurtenissen van de twintigste eeuw. Het mag dan een beetje eigenaardig klinken dat Gods kist met een bootje naar onze eeuw is overgevaren, het is wel zo. Zarathoestra, Nietzsches zelfgemaakte wajangpop, gaf de sloep een duwtje en de schaduw van God zakte traag de rivier van de tijd af om pas ergens in onze tijd op de oever te lopen om daar gevonden te worden door de achterkleinkinderen van de negentiende eeuw. Zoals de donderslag van een ver verwijderd onweer pas veel later aankomt dan de lichtflits, zo drong de betekenis van de dood van de enig overgebleven God pas tot de heidenen door lang nadat Zarathoestra zijn blijde boodschap geproclameerd had. Een kunstenaar die aan het einde van de twintigste eeuw nog steeds geïnteresseerd is in het christendom zit met een probleem. Althans zat tot voor kort met een probleem. Want een kunstenaar die zich nog inlaat met God heeft of de klok niet horen luiden of de klepel niet zien hangen, want hoe kan een mens doof zijn voor de woorden van de poppenspeler en zijn huiveringwekkende schimmenspel? - De positie van een kunstenaar die aan God doet lijkt er gaandeweg de twintigste eeuw niet gemakkelijker op geworden, maar vreemd genoeg begint de zaak een beetje te veranderen. Waar het neo-marxisme haar gelovigen vijfentwintig jaar geleden nog ten strengste verbood zich in te laten met het bijgeloof van de kerken, staat de postmoderne intellectueel aan de zijlijn te koekeloeren wat er nu weer voorvalt, want hij vindt bijna alles interessant. Het verstikkende klimaat van het ongeloof heeft bijna ongemerkt plaatsgemaakt voor een welwillende scepsis. En de kerken, althans een deel daarvan, klimmen samen met buitenkerkenlijke sympathisanten uit het dal en bezien het verslagen landschap met nieuwe ogen. Want uit de as van de laatste beeldenstorm zou mogelijk een nieuwe kerkelijk religieuze cultuur kunnen verrijzen. Het is waar: het zal nooit meer worden als vroeger, maar hopelijk zal het ook niet meer zo zijn als gisteren en vandaag. » tekening |
| Rinke Nijburg : Bespotting - 1999 |
![]() |
|
Bespotting - 1999 Rinke Nijburg Deze afbeelding is verschenen bij het essay van Rinke Nijburg Houtskool en pastel op papier, 100 x 70 cm. |
| Frederieke Jochems : Brandstof voor het ideale model - Voor een korte film zoek ik een acteur. Via via kom ik aan zijn personalia. 'O, dat is de professor,' wordt hij gekenschetst in het kunstcircuit. Voor de vorm zijn er wat echte acteurs opgetrommeld op auditie, maar mijn keus is al gemaakt. Eindelijk is er uitwisseling, hij is ook mediakunstenaar, heeft mij nog nooit gezien, en verwondert zich steeds: Waarom ik, waarom kies je mij? Kan ik zo'n jongen wel filmen? Hij heeft kromme vergroeide handen, en als dat in beeld komt, maak ik dan misbruik van hem, kan ik hem wel vragen? Hij draagt aanzienlijke orthopedische schoenen, is het filmen van zijn gang geen spotten met gebreken. Mag het wel? - Hij is de blikvanger in de gelijknamige korte film. Zijn hand drukt in close-up, zonder montagehandschoen, op een knop. Er is niets mis met dat beeld, noch ethisch, nog esthetisch. De geluidsvrouw houdt de microfoon bij zijn meer dan degelijke schoenen die steunen en belemmeren, maskeren en onthullen, het sublieme gekraak bepaalt de soundtrack van de film. Nadien komt er geen film of fotoserie uit mijn handen zonder hem. Voor een foto in het filmscenario Arabesk draagt hij een monitor met z'n eigen beeltenis door een kromme gang, een vrouwenhand knijpt zijn neus dicht. Voor de fotoserie Kopieën van verschillend geslacht poseert hij met zijn moeder op de Amstelbrug. In mijn film Zijn geheim is zijn rol dat hij een criminele vrouw ertoe beweegt een slachtofferrol aan te nemen tegen twee verkrachtende bewakers. Niet mis te verstane pornografische teksten van mijn hand worden hem in de mond gelegd, een groothoeklens en roodfilter doen de rest. Van deze sympathieke vriend, wiens werk en vrouw ik leer kennen, maak ik in beeld een demonische voyeur. - Bepaalt een model mee het werk, is een model mede-auteur of passief object? Bij mijn ideale model begon het met een fascinatie door het raadselachtige uiterlijk, dat ik kon 'gebruiken.' De vele beelden die ik destilleerde uit zijn fysiek zeggen vooral iets over mij, mijn onbewuste drijfveren of expliciete concepten. De demonische voyeur, die alles onder controle houdt, ben ik. Daarom kies ik hem, die zich vol overgave hieraan overlevert. En wie weet krijg ik wel reuma. Als ik hem uitnodig te participeren in dit essay, is het lastig zijn objectpositie uit mijn visuele domein te verruilen voor een subjectieve talige woordenstroom van hem. » video |
| Frederieke Jochems : Brandstof voor stem en sigaar - 1998 |
![]() |
|
Brandstof voor stem en sigaar - 1998 Frederieke Jochems Deze bijdrage is in Kastalia #3 verschenen. Een fragment is hieronder te bekijken (Quicktime, 389kB): video Video-performance, 12 min. |