![]() |
![]() |
| Kastalia 4/ |
| Tonnus Oosterhoff :
(The Dead)2 - Dat is wél het geval bij het lange verhaal The Dead van James Joyce en de gelijknamige verfilming ervan door John Huston. Twee meesterwerken die, als een dubbelster in elkaars zwaartekracht gevangen, bijna als één stralen aan het firmament van mijn geheugen. Welke versie ik het langst ken weet ik niet meer. Vermoedelijk de geschrevene, want de film bestaat pas sinds 1987 en voor die tijd heb ik vast wel eens Dubliners gelezen, de verhalenbundel die eindigt met The Dead. Die eerste keer lezen staat me echter niet meer bij; mijn begrip van literatuur, dat zich tergend langzaam ontwikkelt, was blijkbaar destijds te gering om Joyce's zeldzaam waarnemingsvermogen en subtiel kleurgebruik naar waarde te kunnen schatten. Wel herinner ik me dat de film op mijn interne hitlijst op één binnenkwam, en hij is nooit meer uit de top vijf verdwenen. Nooit heeft een product van de cinema mij zo ontroerd. Sedertdien heb ik hem nog drie of vier keer gezien, en ook het verhaal verscheidene malen herlezen. Als ik mij The Dead voor de geest haal in tijden dat ik niet een van de twee juist heb geconsumeerd, zie ik meer de film dan het verhaal. Voor mijn geestesoog springen beelden tevoorschijn, de personen beginnen te bewegen, de harp speelt zijn melancholieke melodie... het verhaal van Joyce werkt, zo lijkt het, meer op de achtergrond. Maar alles in het geheugen lijkt nu eenmaal meer op film dan op tekst. In deze beschouwing wil ik de twee kunstwerken nauwkeuriger met elkaar vergelijken en nagaan hoe ze op elkaar inwerken tot er een The Dead in het kwadraat ontstaat, niet in de wereld maar in mijn geest. Eén ding is duidelijk: ze vertellen hetzelfde verhaal, vanuit eenzelfde mensbeeld, en met een vergelijkbaar effect; maar Huston vertelt anders dan Joyce, en film vertelt anders dan literatuur. » skf |
| Maartje Fliervoet : Stilstand - 2000 |
![]() |
|
Stilstand - 2000 Maartje Fliervoet Kleurenfoto |
| Hans Aarsman & Emo Verkerk :
Kaartje voor Twee (Frisia Museum) - Met een Willink heb je geen kind aan visite, Willink levert de conversatie er gewoon bij. En toch wenst de koningin haar Willinks voor zichzelf te houden. Dirk Scheringa niet, die laat de zijne aan iedereen zien die ernaar wil kijken. Want hij heeft, in tegenstelling tot de koningin, niet DE smaak, maar die van zichzelf. In Spanbroek (nabij Hoorn) heeft hij huishoudschool Lidwina gekocht en omgedoopt in Frisia Museum, museum voor magisch realisme. Daar hangen al zijn Willlinks. Frisia, zo heet zijn verzekeringsbedrijf ook. Zou de koningin al eens langs zijn geweest? Zij en Dirk Scheringa, de enige stervelingen op aarde die honderd werken van Karel Willink hebben. Het kan niet anders of die twee lopen de deur bij elkaar plat. Behalve de dag dat wij er waren: geen koningin te bekennen. (Hans Aarsman) Vandaag is het exact twee jaar geleden dat ik gestopt ben met drinken. Het afgelopen schrikkeljaar zorgde zelfs voor een extra dag, die ik voor mijn gevoel aan het einde van de reeks plaats. Dat was dus gisteren, toen we het Frisia Musuem bezochten. Drinken en magisch realisme hebben vast iets met elkaar te maken op een schrikkeldag van abstinentie! (Emo Verkerk) |
| Jurriaan Benschop : Bonnards
twijfel - Pierre Bonnard is een schilder van huiselijke taferelen, een intimist is hij wel genoemd, hoewel dat al te knus klinkt voor wat hij maakte. Wat opvalt in zijn werk is de beslotenheid, er dringt nauwelijks iets van het rumoer van de wereld in door. Van werk of bedrijvigheid is geen sprake. Het leven dat hij schildert - in klassieke genres als het stilleven, het interieur of het naakt - speelt zich binnenskamers af of in de nabijheid van het huis. Bonnards huiselijkheid heeft twee kanten. Enerzijds is er de ontspannen en zorgeloze atmosfeer van een zondagmiddag op het landhuis. Anderzijds is er de benauwenis die kan optreden in het huiselijke verkeer, of beter gezegd, als er iets in dat verkeer ontbreekt. Want vaak is het wel heel erg stil in de kamers van Bonnard. Er komt nauwelijks bezoek, er wordt niet gepraat, men kijkt elkaar niet aan. De enkele vrouw die rondloopt gedoogt de blik die op haar rust, maar ze beantwoordt hem niet. Meestal is ze een schimmige ver-schijning, een detail aan de rand van het schilderij. |
| Voebe de Gruyter : Z.t. - 2000 |
![]() |
|
Z.t. - 2000 Voebe de Gruyter Diaprojectie op muur, te zien op tentoonstelling Dusty, International Drawing Space, New York, 2000 |
| Dirk Groeneveld : Een sonnet
aan de horizon - De ideale fietser onderzoekt eerst de mogelijkheden. Hij tuurt naar het kleine schermpje voor zich, en beseft dat het een plattegrond van de stad is, en dat hij de kleine stip is die oplicht, dat wil zeggen, dat is zijn geografische positie in de stad. Dan kijkt hij voor zich en begint zachtjes te fietsen. Stopt, denkt na. Gebruikt nu alleen de handvaten om te kijken wat er dan gebeurt. Niets. Goed, dat weet hij dan en gaat weer verder. Stopt weer en kijkt wat zijn positie op het schermpje inmiddels is. Hij ontdekt nu dat hij achteruit kan door terug te trappen. Hij gaat een beetje voor- en achteruit en ontdekt dat hij door een letter heen kan rijden. Dit, denkt hij, is weke architectuur en hij vervolgt zijn reis. Letters volgen elkaar op, vormen zinnen, krijgen betekenis. Hij is het soort fietser waar andere, toekomstige fietsers van leren. Hij is de leraar, zonder dat hij zijn eigen plezier en nieuwsgierigheid uit het oog verliest. Hij is de favoriet van de bezoekers die zitten. Hij is degene die, na een tijdje, anderen zal uitnodigen om plaats te nemen op de fiets en hun eigen reiservaring op te doen. - Waarom beschrijf ik deze voorbeelden van fiets- en leesgedrag? Omdat het voor ons, makers, een ontdekking was dat , hoewel The Legible City conceptueel bedoeld was als een interactief werk dat individueel moest worden ontdekt, de diverse manieren waarop het werd benaderd deed denken aan de veelheid aan uitdrukkingsvormen die een acteur kan aannemen in relatie tot een toneeltekst. De meeste schoonheid lag voor mij echter in het gebrek aan zelfbewustzijn in de presentatie, wat op momenten resulteerde in een hoog concentratie- of bewustzijnsniveau van publiek en deelnemers. Zoals een kinderlijke fantasie om alleen op de wereld te zijn. Een wereld zonder mensen, een wereld van stilte, van ontdekking. Het verlangen van elk van ons om te verdwijnen in het stille geheim van het zelf. |
| Richard Steegmans : Zonder het schilderij te doen opdrogen |
|
Zonder het schilderij te doen opdrogen Richard Steegmans Gedicht |
| Roel Vlemmings : Een andere
distantie - Een nieuwe kunst vraagt om een nieuwe benadering. Vorig jaar bezocht ik in Bureau Amsterdam de perspresentatie van Woman in Divorce Battle on Tour 2000 Part II van Cees Krijnen. Het werk bestond uit het volgende: samen met haar zoon reist de in een lange scheiding verwikkelde moeder tot in New York. Ze las een handgeschreven brief voor waarin zij haar persoonlijke verhaal vertelde. Aan de muur hingen wat foto's met daarop openingen van andere tentoonstellingen en tekeningen van de vloerverwarming die Cees voor zijn moeder kocht met het prijzengeld van de Prix de Rome. - Een zó persoonlijk werk vraagt ook om een persoonlijke mening en betrokkenheid. Ik zat daar en was onderdeel, of ik nu wilde of niet. Ik vond het vreselijk en wilde maar een ding: Wég! Maar juist dat gevoel ergens anders te willen zijn wees me later op nieuwe mogelijkheden, te vergelijken met ons huidige gebruik van de televisie. Tot enkele jaren geleden hadden we maar enkele zenders en nog geen afstandsbediening. Iedereen keek min of meer tegelijkertijd naar hetzelfde en had daar dan natuurlijk ook vaak een mening over. Nu zijn er oneindig veel zenders bijgekomen en het maakt niet eens meer uit wat we ervan vinden, want we zappen gewoon verder. Verdedigden we ons in het verleden door onze mening erover te vormen én te uiten, tegenwoordig handelen we direct en kiezen we gewoon voor iets anders. Wellicht heeft daarmee ook het esthetisch oordeel zijn langste tijd gehad omdat we het niet meer nodig hebben, we kunnen immers altijd weer weg. En misschien is in een situatie van overvloed een kritische opstelling wel totaal inadequaat. - Als de scheidslijn tussen kunst en leven wegvalt - Cees Krijnen en zijn moeder spelen zichzelf - is de simpele vraag aan de orde: Wat doe ik hier eigenlijk? Dat is een antwoord op kunst die met het leven samenvalt. Niet wat ik ervan vind is nog van belang, maar wat ik hier doe. Het publiek, de kunst en de tentoonstelling, ze verschuiven allemaal van positie en ze staan in een andere relatie tot elkaar. Dat is hier de winst en zo ontstaat er een Andere en Nieuwe Distantie. |
| Roy Villevoye : Lijstjes Amsterdam - Asmat (2000) |
|
Lijstjes Amsterdam - Asmat (2000) Roy Villevoye Werk gemaakt voor Kastalia: kleurenfoto met luikvouw, 24 x 34 cm. (klik op de afbeelding en scroll.) |
| Channa Boon :
Aardverschuivingen - Ik bedenk me dat de middeleeuwse representatie van de dingen toch waarachtiger is. De middeleeuwse kunstenaar liet zich niet misleiden door het loopje dat de lijnen om hem heen met hem namen; lijnen waaraan de dingen in zijn middeleeuwse woning continu heen en weer bewogen. De kunstenaar gaf zijn onderwerpen zo dicht als mogelijk bij hun werkelijke verschijningsvorm weer. Met behulp van bijna schematische lijntekeningen liet hij namelijk het concept van de dingen zien, ongehinderd door de illusoire vertekeningen van bijvoorbeeld het perspectief. Zij - en vooraanzicht werden gelijktijdig afgebeeld. Zijn onderwerpen zweefden in een ongedefinieerde ruimte, die niet gehinderd werd door de natuurwetten van de driedimensionale wereld. De middeleeuwse kunstenaar was als geen ander doordrongen van het belang van de lijn. Volgde je deze naar links, dan kwam je in de hel en de plek van onvoorstelbare verschrikking. Daar waar geen liefde kon zijn en geen leven mogelijk was. Volgde je ze naar rechts, dan kwam je uiteindelijk in de hemel en bij de troon van God. |