• Kastalia 5/




• Kristien Hemmerechts :   Een barbiebop, een boxershort en een grote bruine beer - Bedenkingen bij Stanley Kubricks 'Eyes Wide Shut'

- 'The important thing is we are awake now,' zegt Alice kordaat tegen Bill, alsof ze besloten heeft om de speelgoedafdeling van het grootwarenhuis als de 'echte' wereld te beschouwen. Dat is het veiligst. In de boze wereld daarbuiten sterven mooie jonge vrouwen aan drugs en aids. Zie Mandy. Zie Domino. Je kunt dus beter binnenblijven en met je bril op je neus televisie kijken of de krant lezen tot dat je man van zijn werk thuiskomt. Ontsnappen doe je in je dromen. Zelfs als die in een nachtmerrie ontaarden, lig je nog altijd in je eigen bed. We zien Alice nooit op straat. Ze zit in de keuken, ze ligt in bed, of ze staat voor de spiegel. Het interieur is haar natuurlijke omgeving. Als ze zich voorstelt, gebruikt ze de naam van haar man. Alice Harford noemt ze zich. Is dit de vrouw die haar man wilde laten geloven dat ze bereid was alles op het spel te zetten voor één nacht met haar marineofficier?

Kubrick is mild voor de man: hij laat hem zijn kostbare portefeuille niet verliezen; zijn auto wordt niet gestolen of gevandaliseerd; en ook zijn mobiele telefoon blijft functioneren. Even ziet het ernaar uit dat de gemaskerde club hem zal dwingen zijn kleren uit te trekken, maar dan offert een reddende engel zich voor hem op. Ironisch genoeg doet het masker hem uiteindelijk de das om. Als hij het op zijn hoofdkussen ziet liggen, weet hij zich ontmaskerd. Hij is een holle man. Een hoffelijk, correct masker waarachter een leegte gaapt. Nu stort hij in elkaar. Hij belooft zijn vrouw alles te vertellen. Alles. Hij huilt zelfs een beetje. Misschien is dit de moeilijkste waarheid die Alice over haar man zal moeten aanvaarden: hij is een man zonder diepte.

  » skf  
• Suzan Drummen :   Diaprojectie op ballonnen - 2000
Diaprojectie op ballonnen - 2000
Suzan Drummen
 
Diaprojectie op ballonnen, collage met kleurenfoto
en geknipt papier, 34 x 24 cm.  

• Cees Nooteboom :   Smulsfronstället: Wilde aardbeien: Le temps retrouvé

- Het beeld van Bergman heeft te maken met dat wat ik nu juist niet heb: herinnering. Een maand of wat geleden zat ik, laat en dom, na een lezing in een vreemde stad in een morbide hotelkamer en keek naar waar volgens zeggen al mijn tijdgenoten op dat uur naar kijken. Ik spoelde de kanalen door, ranzig geweld, misselijke dreiging, litanieën van banaliteiten, de provincie van Koning Onbenul. En ineens, tussen al die onzin, het tafereel dat ik onmiddellijk herkende, en dat dezelfde ontroering teweegbracht als toen ik het de eerste keer zag in 1957 of '58. De oude man is plotseling van de weg af gereden, hij en de jonge vrouw die zijn schoondochter is zijn uit de (nu zo antieke) grote zwarte auto gestapt. Ze zijn op weg naar de universiteitsstad waar de oude man een eredoctoraat zal krijgen. Onderweg beleven ze allerlei avonturen, hilarisch en treurig, maar dít is het ogenblik waarom het gaat. Zij gaat zwemmen, hij loopt naar een plek met wilde aardbeien in de buurt van een oud, gesloten huis, daar knielt/zit hij neer bij een appelboom en vrijwel meteen gebeurt het: hij kijkt in zijn verleden, de luiken van het huis zijn plotseling open, er klinken vrolijke stemmen, hij ziet zijn eerste liefde, zijn nichtje Sara, hij praat tegen haar maar zij kan hem die zeventig jaar geleden niet zien en niet horen, zij is op een andere plaats in de tijd, onaanraakbaar in het verleden opgesloten.
• Maria Barnas :   De kwal en de mossel

- Het regende.
Op het dak van een huis verscheen een jongeman. Hij stond stil en concentreerde zich op de straat twaalf meter beneden hem.
Een blauwgrijs echtpaar sleepte grote stoelen vanuit hun woonkamer de stoep op. Ze lieten zich wegzinken in de fauteuils. Ze staarden omhoog, de mond wat open.
De lucht was donker en zwaar.
Zou de jongeman springen?

Guillaume Leblon trainde maanden met een professionele stuntman om zijn sprong te kunnen maken. De kunstenaar werd stuntman. Maar zijn performance is meer dan een stunt omdat de stunt, in een film slechts bindmiddel voor spanning, hoofdzaak is geworden.
De voorgenomen sprong deed me denken aan Echelle des Briques van Marcel Broodthaers. Op de treden van een wankele keukentrap plaatste Broodthaers bakstenen. Bij elke stap omhoog meer stenen. De angst om te vallen, die groter wordt naarmate je in verbeelding de ladder opklimt, is gematerialiseerd in het toenemende gewicht.
Broodthaers legde balletjes van cement losjes verspreid bovenop de bakstenen. Het bindmiddel is daardoor bovenop komen te liggen: ook hier is het middel tot doel verheven.
• Esther Dijkstra :   Ik kan niet schrijven - 2001
Ik kan niet schrijven - 2001
Esther Dijkstra

Still uit een animatiefilm, van de installatie bij het festival Schrijvers Kiezen Film in filmtheater Rialto in Amsterdam (dec. 2001 - jan. 2002)

  » animaties    

• Arie Schippers :   Actividades

- Door een typisch Spaans getralied venster kijk ik omhoog naar de Sierra. Wolken razen voorbij. Het kan hier zo waaien dat de auto's van de weg raken. Ik kijk vaak door dit venster. Ik moet weten waar ik aan toe ben. Vroeger dacht ik Bonnard, Bacon, Goya, el Greco, enzo. Ooit vond ik Morandi, de Kooning, van Dongen, Beckmann. En toen ik 16 jaar was Dalí, Degas, Signac, Jongkind. En nu (Frans Hals, Massaccio, Velásquez, Rothko) denk ik: ja het is allemaal geweldig, maar dit raam, de Sierra, een half kopje koffie en twee vliegen op mijn knie. Alle eerbied, cultuur, vrienden, kunstminnenden de deur uit. Terra Incognito, Niets, Alleen boertjes en ezels. En Andrès van 83, die altijd wat voor de hond heeft. Hij vindt alles geweldig wat ik doe. Intussen zitten de vliegen op het driekwart lege kopje. Balthus en Picasso en Dalí tegenwoordig weer, het blijft bij je, hoe ver je het ook weg probeert te zetten.

Ik zit in de auto met de ramen dicht en heb survivalondergoed aan. Daarover een broek en een groen thermokruippak van het leger. Boven op een muts. De mist komt en gaat. Mist is het mooiste wat er is. Dus ik wacht, tot het me aan het werk zet. Maar nee. Een dik uur overal mist maar niet hier. Erheen rijden is zinloos, want dan ontstaat hier mist, en daar is het dan spontaan verdwenen. Goeie mistschilderijen zijn er haast niet. Geef mij nog twee weken mist.
• Jurriaan Benschop :   Het licht van Matisse

- Matisse, geboren in 1869, groeide op in een milieu waarin het credo was om de natuur domweg te kopiëren. Zijn oeuvre zou in het teken komen te staan van verzet daartegen, of beter gezegd, van een herformulering van die opvatting. Matisse brak nooit met de natuur, maar hij zocht wel naar een andere verhouding en werd daarin gedreven door een stevige vrijheidsdrang. Zijn voornaamste wapen was kleur.
De kunstenaar zocht het licht, maar ging het hem er letterlijk om het licht aan de Côte d'Azur vast te leggen? Ging het om een puur artistiek onderzoek naar de werking van licht om tot de essentie van kleur door te dringen? Of ging het erom in hogere, dat wil zeggen spirituele zin 'het licht te zien'?

Voor een autonoom werkend kunstenaar was het uitzonderlijk dat hij de opdracht accepteerde, en het leverde hem uit kunstkringen ook kritiek op. Was de Heer nu zijn opdrachtge-ver geworden? En had hij daarmee, zoals een collega suggereerde, zijn onafhan-kelijkheid als kunste-naar verspeeld? Of had hij een bedding gevonden die ruim genoeg was voor zowel het moderne kunste-naarschap als voor een vorm van geloof? Ik weet niet of ik in God geloof, zei de kunstenaar, maar waar het om gaat is dat je jezelf in een gemoedstoestand brengt die lijkt op bidden.
• Marike Schuurman :   Zonder titel - 2000
Zonder titel - 2000
Marike Schuurman
 
Kleurenfoto
 

• Hans Aarsman & Emo Verkerk :   Kaartje voor twee

- Wijzen naar andere mensen mag niet. Hardop commentaar geven op hun uiterlijk ook niet. Of je moet twee jaar oud zijn, net een paar woorden kennen, maar de omgangsvormen nog niet helemaal machtig zijn. Je zit in de tram op schoot bij vader en tegenover jullie komt de spreekwoordelijk dikke vrouw zitten. Het besmuikte gegiechel dat om je heen losbarst als jij beschrijft wat je ziet.
Niet dat de volwassenen in de tram het postuur van de spreekwoordelijk dikke vrouw was ontgaan. Ook waren er blikken geworpen op de vrouw met de spierwitte benen, en op de jongen met het lange vette haar. Maar geen van de volwassenen had de mond voorbij gepraat. Zo moet dat. Behalve op terrassen. Op terrassen wacht men tot de vrouw met de spierwitte benen buiten gehoorsafstand is, waarna men elkaar toefluistert:
'Die bloemetjesjurk, met die rode kop en die melkflessen. Als ik zulke benen had zou ik me liever helemaal niet vertonen.'
'Wat heb jij weer snel je oordeel klaar. Weet jij veel? Misschien heeft ze een zonnebank die een maatje te klein is.'
Lang leve het terras. En nog langer leve het museum. Daar hoef je niet eens te fluisteren. Je mag er hardop commentaar leveren op de aankleding van de medemens. Je mag zelfs wijzen. Als je niet te dichtbij komt.
• Emily Kocken :   Jean Painlevé: surrealist sous l´eau

- Het resultaat van dit creatieve nachtbraken is het bloedmooie l' Hippocampe uit 1934, gemaakt door de Franse cineast Jean Painlevé. Met dertien minuten representatief voor de gemiddelde lengte van zijn werk en van de ruim tweehonderd films die hij maakte zijn bekendste film. In l'Hippocampe wordt het tot dan toe onbekende leven van het zeepaard getoond en het geheim van de zwangerschap ontsluierd: het is niet het vrouwtje maar het mannetjeszeepaard dat zwanger raakt en een helse bevalling moet doorstaan. Painlevé's films toverden een exotische wereld voor aan het verraste Parijse publiek, al zat men niet steeds op deze voorfilmpjes te wachten. Maar het zeepaard was de talk of the town en de enige film van Painlevé die quitte draaide.

In het artikel Mystères et miracles de la nature uit 1931 vraagt Painlevé zich af of wij in onze fanatieke zucht naar volledig begrip van een natuurlijk fenomeen niet het risico lopen om blijvend de mystiek eruit te slopen. De wetenschapper zoekt, vindt en berust in zijn kennis. Maar het is de poëzie in de natuur die de rede van de mens steeds opnieuw een rake klap verkoopt. Met de wereld als een groot natuurreservaat is deze revolutionaire eigenschap helaas aan het verdwijnen. Het is niet toevallig dat Painlevé aansluiting bij een kunststroming als het surrealisme vond met het manifesto 'Alles wat de kunstenaar creëert vindt zijn oorsprong in de natuur'. Avantgardisten als Jean Vigo, Man Ray en Sergei Eisenstein mocht hij tot zijn beste vrienden rekenen. Man Ray leende voor zijn film l' Etoile de Mer opnamen van zeesterren uit de kelderarchieven van Painlevé.